Over het Tulp Festival

 

Initiatiefnemer van het Tulp Festival is tuinontwerper Saskia Albrecht. Het is haar ambitie de tulp weer in het Amsterdamse straatbeeld terug te brengen, met als motto ‘voor iedere Amsterdammer een tulp’. Toen Saskia Albrecht in Istanbul het daar befaamde tulpenfestival bezocht – 14 miljoen tulpenbollen worden daar jaarlijks door de gemeente geplant –  werd het idee geboren in Amsterdam een vergelijkbaar groots festival gedurende april/mei op te zetten. Voor iedere Amsterdammer een tulp betekent ook van iedere Amsterdammer een tulp. Scholieren, bedrijven, organisaties en stadsdelen planten bollen, bewoners worden aangemoedigd ook mee te doen om het Amsterdamse straatbeeld op te fleuren. Zo verbindt Tulp Festival de stad, bedrijven, bewoners en bezoekers. Het nodigt uit tot een verrassende ontdekkingstocht, die elk jaar weer nieuwe verkenningen oplevert en met het immer groeiende inwonertal (nu ca. 850.000) nog veel nieuwe tulpenlocaties zal weten te  veroveren. Opening van tulp festival 2017 is in het Paleiskwartier.

 

De herkomst van de tulp

 

Al eeuwenlang wordt Amsterdam geassocieerd met de tulp. Afkomstig uit de paleistuinen van Constantinopel  was de tulp aan het eind van de 16e eeuw aan haar imposante opmars over de wereld begonnen. Zo had ook de Leidse Hortus de op het eerste gezicht onaanzienlijke bol weten te veroveren.  Nog even was gedacht dat het hier iets eetbaars betrof, maar al spoedig bleek dat de waarde ergens anders lag.

 

 

Tulpenmanie

 

Rond 1620 ontstaat er een ware tulpenrage. Aanvankelijk werd de tulp aangeplant op de buitenplaatsen van rijke regenten,  vooral om te laten zien dat de eigenaar smaak en geld had. Maar in 1636 gaat de Hollandse koopmansgeest met de bollen aan de haal en al gauw is het hek van de dam. Koopmannen investeren in tulpenbollen die ze niet gezien hebben en verkopen ze weer nog voordat  de bol de grond uit is. Zo kan de nieuwe eigenaar slechts gissen naar de waarde van zijn rijkdom.

 

Gebroken tulpen

 

Een verschijnsel dat enorm aan de verbeelding bijdroeg was het ‘breken’ van sommige tulpenbloemen. Een effen bloem kon zomaar het volgend jaar gevlamd zijn of geveerde blaadjes hebben. Waar dit door veroorzaakt werd, wist niemand, maar dat het gebeurde was fantastisch. Dit raadsel maakte de bol niet alleen vele malen aantrekkelijker, maar bovendien viel hiermee geweldig te speculeren. Kwekers gingen er prat op het geheim ontdekt te hebben: ze strooiden duivenpoep bij de bollen, experimenteerden met verfpigmenten in de grond en soms leverde dat iets moois op. Pas in het begin van de twintigste eeuw ontdekt men dat het ‘breken’ van tulpen veroorzaakt werd door een virus dat werd overgebracht door bladluis, , maar dan is de tulpomanie al eeuwen verleden tijd.

 

Het einde van de tulpengekte

 

In het begin van 1637 bereikt de tulpenwindhandel haar hoogtepunt: de tulpenbol gaat voor astronomische bedragen van de hand en de slimme koopman glorieert. Deze situatie duurt echter maar kort: al in februari 1637 valt het doek. Achter elkaar worden drie bollen verhandeld, ieder ter waarde van een volledig grachtenpand en kort daarna stort de markt in. Velen gaan bankroet, talloze spotprenten steken daar de draak mee, maar Amsterdam is voor altijd verbonden met de tulp.

Tulp Festival hoopt op een nieuwe tulpenrage, maar dan zonder de dramatische gevolgen van weleer.